European Trading System richtlijn (ETS)
Beschrijving EU-ETS
Een ETS (Emissiehandelssysteem) is een beleidsinstrument dat een plafond aan de uitstoot stelt en vereist dat vervuilers betalen voor hun uitstoot van broeikasgasemissies. Hiermee wordt gezorgd dat de totale emissies van de sectoren die onder de ETS vallen omlaag gaan en er tegelijkertijd inkomsten worden gegenereerd om te groene transitie te financieren. Deelnemers aan het ETS moeten hun uitstoot monitoren en rapporteren en bij de rapportage voor elke ton CO2 en andere broeikasgassen (in CO₂-equivalenten) een emissierecht overhandigen. Deze emissierechten kunnen worden verhandeld. Sinds de invoering van de EU-ETS in 2005 zijn de emissies van Europese eletriciteitscentrales en industrie al met zo'n 47 procent gedaald.

EU ETS. Bron: Nederlandse Emissie Autoriteit (2022)
Emissiehandelsystemen
Nederland doet, samen met alle Europese landen plus IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, mee aan het Europese systeem voor emissiehandel. Het EU-ETS is het eerste en grootste emissiehandelssysteem ter wereld, met ongeveer 10.000 Europese bedrijven die samen verantwoordelijk zijn voor 40 procent van de CO₂-uitstoot in de EU. Wereldwijd zijn er ondertussen verschillende emissiehandelssystemen. Sinds 2020 is het Zwitserse ETS gekoppeld aan de EU-ETS.
EU-ETS
In Nederland participeren ongeveer 250 bedrijven in het EU ETS. Deze deelname is verplicht: het gaat om de bedrijven die samen verantwoordelijk zijn voor ongeveer veertig procent van de uitstoot in Nederland. Om te voorkomen dat bedrijven door deze verplichting hun productie verplaatsen naar buiten de EU en daar veel CO₂ uitstoten, krijgen ze in bepaalde gevallen een deel van hun emissierechten gratis.
Sectoren
De EU-ETS is begonnen met bedrijven voor elektriciteit en warmteopwekking en energie-intensieve industrie. In 2012 is de luchtvaartsector binnen Europa toegevoegd, gevolgd door scheepvaartsector vanaf 2024.
Met de herziening van de EU-ETS in 2023 vanuit het Fit-for-55 pakket is een nieuw emissiehandelssysteem met de naam ETS2 opgezet, los van het bestaande EU-ETS. Dit nieuwe systeem richt zich op de CO₂-emissies van de verbranding van brandstoffen in gebouwen, bij wegvervoer en andere sectoren (voornamelijk de kleine industrie die niet onder de bestaande EU-ETS valt). ETS2 zal in 2027 operationeel worden.
Doelen EU
Met de herziening van de EU-ETS in 2023 in het kader van Fit-for-55 is de ambitie aangescherpt naar een CO₂-reductie door emissiehandel van 62 procent in 2030 ten opzichte van 2005.
Elk jaar stelt de Europese Commissie vast hoeveel CO₂ de ETS-bedrijven mogen uitstoten. Deze hoeveelheid wordt elk jaar lager, zodat de doelstelling voor 2030 en uiteindelijk klimaatneutraliteit in 2050 wordt bereikt. Het aantal CO₂ dat uitgestoten mag worden is gelijk het aantal emissierechten dat dat jaar op de markt komt.
Tot 2020 gingen het aantal emissierechten jaarlijks met 1,74 procent oplaag. Vanaf 2021 nam was dit 2,2 procent jaarlijks. Om de doelstelling van 62 procent reductie in 2030 te bereiken wordt dit 4,3% per jaar verlaagd in de periode 2024-2027 en 4,4 procent per jaar vanaf 2028.
Voor de ETS2 is het doel vastgesteld op 42 procent CO₂-reductie in 2030 ten opzichte van 2005. Om dit te halen neemt het aantal emissierechten voor ETS2 jaarlijks met 5,1 procent af.
ETS2: gebouwen, wegvervoer en andere sectoren
Beschrijving ETS2
De Europese Commissie heeft het ETS-systeem uitbreid naar de gebouwde omgeving, mobiliteitssector en andere sectoren (voornamelijke kleine industrie die nog niet onder de bestaande ETS valt). Het idee is dat energie- en brandstofleveranciers de verplichting krijgen om emissierechten te kopen (upstreambenadering, oftewel terug in de keten) voor gas, benzine en diesel. Elektriciteit en warmteopwekking valt reeds onder het ETS-systeem. Gebouwgebruikers en automobilisten zullen er dus niet direct mee te maken krijgen, maar het kan zich wel vertalen in hogere gas en brandstofprijzen.
Het ETS2 is een aanvullen op andere richtlijnen uit het Fit-for-55 pakket, zoals beschreven bij Richtlijnen energie om betrokken sectoren en landen te helpen de doelstellingen vanuit de ESR te behalen. De in het ETS2 vastgestelde CO₂-prijs zal een marktstimulans vormen voor investeringen in de renovatie van gebouwen en emissiearme mobiliteit.
Inkomsten uit ETS2 worden deels gebruikt voor het gelijktijdig opgerichte Social Climate Fund om kwetsbare huishoudens te ondersteunen en emissiereducerende maatregelen te stimuleren in de transport- en bouwsector.
Het ETS2 zal in 2027 volledig operationeel zijn. Vanaf 2025 wordt al gestart met monitoring en rapportage. In 2027 zullen de eerste emissierechten verhandeld worden. Voor het ETS2 bestaan geen gratis emissierechten verkregen worden. Bij hoge gas- of olieprijzen in 2026 kan de start van ETS2 uitgesteld worden tot 2028. Voor de eerste drie jaar zijn er mechanismes ingebouwd om de CO₂-prijs te drukken als deze boven de 45 euro komt.
Status en planning
- EU-ETS systeem in werking sinds 2005, waarbij ieder jaar nieuwe emissierechten worden verhandeld. Het aantal emissierechten neemt sinds 2024 ieder jaar met 4,3 procent af.
- In 2023 is het emissieplafond voor 2030 verlaagd naar -62 procent ten opzichte van 2005.
- Vanaf 2025 wordt begonnen met monitoring en rapportage van levering van energie- en brandstoffen, niet vallend onder de bestaande EU-ETS, voor gebouwen en voertuigen.
- Vanaf 2027 is de ETS2 voor gebouwen en voertuigen geheel in werking, met een eigen aantal emissierechten die jaarlijks afnemen met 5,1 procent.
- Bij hoge energieprijzen in 2026 kan de invoering van het ETS2 uitgesteld worden tot 2028.
Doelgroepen
Eindgebruikers
De klant en uiteindelijke eindgebruiker maakt de afweging tussen het betalen van de hogere energieprijs en het nemen van emissie-reducerende maatregelen.
Leveranciers
Door het dalende emissieplafond wordt de CO₂-prijs hoger, wat zorgt voor een prikkel voor leveranciers en eindgebruikers om CO₂ te reduceren. Leveranciers zullen waar mogelijk emissie-reducerende maatregelen nemen. Uiteindelijk zullen ze de resulterende CO₂-kosten doorberekenen aan hun klanten via hogere energie- en brandstofprijzen.
De gebouwde omgeving
In de gebouwde omgeving kan het gaan om (extra) isolatie, minder verwarmen of overstappen op andere energiedragers.
Visie van en relatie met producten/programma’s DGBC
Het huidige ETS-systeem heeft invloed op de (bouwmaterialen)industrie. Een hoge CO₂-prijs wordt in toenemende mate bepalend voor de keuze van materialen voor de bouwsector. Emissie intensieve bouwmaterialen, zoals beton en staal, zullen dus door dit mechanisme in toenemende mate duurder worden.
Ook voor elektriciteits- en warmteproductie zal een hoge CO₂-prijs zorgen dat elektriciteit en warmte duurder worden, waardoor er een extra incentive is om over te gaan op meer duurzame energieproductie door de energieleverancier als energiebesparing door de eindgebruiker.
Met het ETS2 komt er ook nog extra CO₂-prijs op levering van gas. Dit zijn de directe emissies (scope 1) voor de gebouwde omgeving. Hiermee komt het totale energiegebruik onder het ETS te vallen, waarmee zowel de verduurzaming van het energiesysteem als energiebesparing gestimuleerd worden.
DGBC pleit voor sturing op het werkelijk energiegebruik en bouwen binnen het CO₂-budget. Voor een eenduidige meetmethodiek van het werkelijk energiegebruik is de Werkelijke Energie intensiteit indicator ontwikkeld. Deze methode geeft meteen inzicht in het energiegebruik van gebouwen en de afstand tot Paris Proof. Hierin is al een CO₂-indicator opgenomen. Verdere ontwikkeling van deze indicator staat nog op de planning, en het zou een goede toevoeging kunnen zijn voor het bepalen van de doorbelaste CO₂.
Voor de materiaalgebonden CO₂-emissies wordt gestuurd op CO₂-emissies voor materialen bij nieuwbouw en renovatie. Hierin helpt het huidige ETS-systeem al om de emissies van de energie-intensieve bouwmaterialen terug te dringen.
Effort Sharing Regulation verordening (ESR)
De Effort Sharing Regulation is in 2018 ingegaan en heeft gezorgd voor nationale doelstellingen voor emissiereductie van wegtransport, verwarming van gebouwen (gas), landbouw, kleine industriële installaties en afvalverwerking. Deze sectoren zaten tot nu toe niet in het ETS-systeem – en beslaan tot nu toe grofweg 60% van Europese broeikasgassen.
GDP
ESR zorgt ervoor dat alle lidstaten meewerken aan eerlijke en juiste klimaatactie. Het verdeelt de nationale doelen aan de hand van de hoogte van GDP van burgers, waarbij lidstaten met een hoger GDP een hoger reductiedoel toebedeeld krijgt. Jaarlijkse allocaties zijn vastgesteld voor iedere lidstaat tot aan 2030.
Emissiereductie van lidstaten
Lidstaten hebben vrijheid in hun eigen emissiereductiepad. In de jaren dat emissies lager zijn dan wat ze uit mogen stoten, kunnen lidstaten deze emissies alloceren naar een later jaar. Andersom mogen lidstaten een gelimiteerde surplus aan emissies in een jaar uitstoten.
Verordeningen en richtlijnen
De EED, RED, EPBD en andere verordeningen en richtlijnen helpen lidstaten om binnen deze doelstellingen te blijven. Ook de ETS2 zou vanaf 2027 hieraan bij moeten gaan dragen.
Landbouw
Ook de landbouw kan hier een rol spelen: door additionele emissieopslag mag een deel van deze emissiecredits gebruikt worden.

Bron: Nederlandse Emissie Autoriteit (2022)

Bron: Nederlandse Emissie Autoriteit (2022)
Doelen ESR
- De vastlegging van bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 voor de niet-ETS sectoren en vallend buiten LULUCF.
- Voor versnelling heeft de Europese Commissie in 2021 besloten de emissies onder de ESR verder terugdringen met tenminste 40 procent, in vergelijking met 2005. Dit is een verhoging van 11 procentpunt vergeleken met het eerdere doel van 29% emissiereductie uit 2018.
- De afbeelding hiernaast geeft de voorgestelde 2030 emissiereductie doelstelling weer van iedere lidstaat.
- Voor Nederland is de doelstelling verhoogd van 36 procent naar 48 procent, wat neerkomt op 15 Mton extra reductie in 2030. Dit is grofweg een verdubbeling van de reductieopgave voor deze sectoren ten opzichte van het Klimaatakkoord. De gebouwde omgeving is verantwoordelijk van zo’n 25 procent van de huidige CO₂-uitstoot voor de ESR sectoren, maar hoe de reductie verdeeld gaat worden, wordt bepaald door nationaal beleid.
- In totaal is het cumulatief plafond van 2021-2030 voor Nederland 830 Mton.
Status en planning
- Juli 2022 aangenomen in het Europese Parlement
- November 2022 voorlopig akkoord door de Raad en het Europese Parlement
- Huidige regels blijven van kracht tot 2025
- Vanaf 2026 tot 2030 zijn de aangepaste doelstellingen in werking
- Vanuit de jaarlijkse klimaat- en energieverkenning (KEV 2024) zit Nederland ruim op koers om het ESR-doel te halen waardoor de ESR geen extra druk gaat geven voor Nederlands beleid.
Doelgroepen
Eigenaren bestaande bouw
Indirect via andere verordeningen en richtlijnen binnen het Fit-for-55 pakket.
Energieleveranciers
Indirect via andere verordeningen en richtlijnen binnen het Fit-for-55 pakket, zoals de ETS2.
Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM)
Beschrijving CBAM
Het CBAM is additioneel aan het EU ETS-systeem. Importeurs van goederen buiten de EU betalen hierbij het verschil in de prijs van de CO₂-certificaten aan de grens ten opzichte van de prijs van CO₂ in de Europese Unie.
CBAM is geen ‘cap and trade’ systeem, maar spiegelt de EU ETS-prijs.
De CBAM helpt om zogenaamde ‘carbon leakage’ – de situatie waarbij bedrijven hun productie vanwege de kosten van CO₂-uitstoot naar landen verplaatst waar de kosten voor CO₂-uitstoot lager zijn - tegen te gaan door producenten buiten de EU te stimuleren hun productieproces te verduurzamen.
Doelen CBAM
- Een eerlijk speelveld maken voor producten buiten de EU en binnen de EU
- Het tegengaan van ‘carbon leakage’
- Het aanzetten van landen buiten de EU hun klimaatambities te verhogen
Status en planning
- December 2022 deal gesloten tussen Europees Parlement en Raad.
- De CBAM gaat in per 1 oktober 2023, met een transitieperiode gekoppeld aan de uitfasering van de gratis emissierechten.
- In de eerste fase wordt dit systeem alleen toegepast op een geselecteerde groep: ijzer en staal, cement, kunstmest, elektriciteitsopwekking en waterstof. Hierin wordt onder bepaalde voorwaarden ook de indirecte emissies meegenomen en heeft het ook betrekking op downstream producten zoals schroeven en bouten.
- Vanaf 2023 wordt een rapportage-systeem geïmplementeerd voor deze producten.
- Tegen het eind van de overgangsperiode wordt beoordeeld of de product groepen worden uitgebreid tot andere goederen met risico op CO₂-weglekeffect, met als doel alle producten die onder de ETS vallen tegen 2030 op te nemen.
Doelgroepen
Importeurs van de producten ijzer en staal, cement, kunstmest, elektriciteit en waterstof
Visie van en relatie met producten/ programma’s van DGBC
Het CBAM-systeem heeft invloed op de (bouwmaterialen)industrie. Een hoge CO₂-prijs wordt in toenemende mate bepalend voor de keuze van materialen voor de bouwsector. Emissie intensieve bouwmaterialen, zoals beton en staal, zullen door dit mechanisme in toenemende mate duurder worden.
Land Use, Land Use Change and Forestry (LULUCF)
Beschrijving LULUCF
Landgebruik, landgebruiksverandering en bosbouw is een van de sectoren waarvoor landen hun emissies en verwijderingen van broeikasgassen moeten rapporteren. LULUCF geeft hiermee invulling aan de CO₂-uitstoot (en opslag) van landgebruik. De afbakening is verbreed van enkel bossen naar alle soorten van landgebruik (inclusief drasland vanaf 2026).
- In de LULUCF-verordeningen wordt aangegeven op welke manier broeikasgasemissies uit landgebruik, landgebruiksveranderingen en bosbouw gemonitord moeten gaan worden en hoe hierover gerapporteerd moet worden.
- Alle lidstaten dienen integrale mitigatieplannen in te voeren voor landgebruik. De vereiste monitoring moet digitaal worden uitgevoerd.
- Het streefcijfer van 310 miljoen ton CO₂-equivalent nettoverwijderingen in de hele Unie wordt verdeeld tussen de lidstaten in de vorm van jaarlijkse nationale streefcijfers voor de periode van 2026 tot en met 2030, en wordt gebaseerd op de in de broeikasgasinventarissen gerapporteerde emissies en verwijderingen en de oppervlakte van het beheerde land.
- Er wordt een nieuw governancesysteem voor de naleving ingevoerd, en het flexibiliteitsmechanisme voor landgebruik, waarmee het risico van niet-naleving door de lidstaten wordt aanpakt, wordt aangepast.
- Vanaf 2031 wordt het toepassingsgebied van de verordening uitgebreid met niet-CO₂-emissies van de landbouwsector, waardoor voor het eerst één klimaatbeleidsinstrument van toepassing zal zijn op de hele landsector.
Doelen LULUCF
De initiële regelgeving vereist dat iedere lidstaat voor de LULUCF sector niet meer uitstoot dan wordt opgeslagen en dat de sector bijdraagt aan biogene opslag. In de herziening van LULUCF in het kader van het Fit-for-55-pakket heeft tot doel geleidelijk de absorpties te verhogen en de emissies te verminderen. Doelstelling hierbij is:
- 310 Mton CO₂-equivalent netto koolstofverwijderingen op EU-niveau in 2030. Dit is een verhoging van 15% ten opzichte van eerdere afspraken.
- Klimaatneutraliteit in de gehele landsector op EU-niveau in 2035.
Status en planning
- Initiële regelgeving: In werking.
- April 2023: publicatie herziening LULUCF bestaande uit twee perioden:
- 2021 - 2025: de vastgestelde maatregelen uit de oorspronkelijke verordening blijven van toepassing, waarbij wel gevolgen door natuurlijke verstoring moeten worden aangepakt.
- 2026 - 2030: doorvoering verhoging 15% extra koolstofverwijdering en overstap van boekhoudkundige benchmarks naar gerapporteerde emissies en verwijderingen.
Doelgroepen
Producenten van biobased bouwmaterialen
Nationale allocatieplannen worden nog gemaakt, maar de verhandeling van carbon credits krijgt significante meerwaarde indien de doelstellingen verhoogd worden. Dit ook in relatie tot het EU ETS-systeem; indien de CO₂-prijs verhoogd wordt, zullen biobased bouwmaterialen ook meer worden gewaardeerd voor CO₂-opslag.
Visie van en relatie met producten/programma’s van DGBC
De LULUCF Directive heeft directe verbinding met het Whole Life Carbon programma, onderdeel van Circulariteit en Paris Proof, binnen DGBC. Biobased bouwmaterialen zijn noodzakelijk om toe te werken naar een bouwsector met minder uitstoot.
Social Climate Fund richtlijn (SCF)
Beschrijving SCF
Het Social Climate Fund is additioneel aan het EU ETS2-systeem.
Doelen SCF
- Ondersteuning bieden aan kwetsbare groepen, zoals huishoudens en mkb die in energie- of verkeersarmoede verkeren en benadeeld worden door het ETS2-systeem en daarmee achterblijven in de groene transitie.
- Maatregelen en investeringen ondersteunen om emissies te reduceren in gebouwen en wegverkeer en als resultaat de kosten voor kwetsbare huishoudens, kleine ondernemingen en transportgebruikers te verlagen.
- Directe tijdelijke inkomenssteun bieden voor kwetsbare huishoudens of bedrijven.
- Vanuit het Social Climate Fund is maximaal 65 miljard euro beschikbaar. Inkomsten uit het ETS2, gebundeld met 50 miljoen uit het bestaande EU-ETS en een verplichte bijdrage van 25% door lidstaten aan hun sociale klimaatplannen moet 86,7 miljard euro opleveren voor ondersteuning van kwetsbare groepen tussen 2026 en 2032.
- Nederland kan 720 miljoen euro krijgen vanuit dit fonds.
Status en planning
- In mei 2023 is de SCF richtlijn gepubliceerd.
- Lidstaten kunnen hun sociale klimaatplannen uiterlijk juni 2025 indienen bij de Europese Commissie. Vanuit Nederland wordt dit gedaan vanuit het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De internetconsultatie hiervoor loopt tot 25 februari 2025.
- Vanuit Nederland zijn vier voorstellen voor inzet van het geld uit het Social Climate Fund:
- Financieel ondersteunen van huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening en helpen hun woning energiezuiniger te maken.
- Huishoudens helpen met de overstap naar schoner vervoer.
- Kleine bedrijven ondersteunen energie te besparen.
- Opnieuw financieren maatregelen, namelijk het Warmtefonds en 25% korting motorrijtuigenbelasting voor elektrische auto's tussen 2026 en 2029.
- Looptijd van het Social Climate Fund is van 2026 tot en met 2032.
Doelgroepen

Kwetsbare huishoudens

Kleine ondernemingen

Transportgebruikers
Energy Taxation Directive richtlijn (ETD)
Beschrijving ETD
De Energy Taxation Directive (ETD), oftewel energiebelastingsrichtlijn, moet ervoor zorgen dat de belasting van energieproducten en elektriciteit beter aansluit bij het effect van die producten op het milieu en de gezondheid, door belemmeringen voor schone technologieën weg te nemen en vervuilende brandstoffen zwaarder te belasten.
De ETD bestaat al, maar is niet in overeenstemming met de nieuwe doelstellingen en stimuleert investeringen in schone technologieën niet voldoende. De nieuwe ETD is erop gericht de belangrijkste tekortkomingen aan te pakken en zou kunnen leiden tot wijzigingen in belastingheffing over opgewekte energie of energieconsumptie, waardoor de kostprijs verandert.
Het belangrijkste onderdeel van deze richtlijn is het vaststellen van minimumbelastingtarieven voor alle lidstaten. De Nederlandse tarieven liggen al relatief hoog en ruim boven de voorgestelde minimum tarieven, waardoor dit voor Nederland weinig impact zal hebben.
Met de ETD wordt de degressiviteit in energiebelasting afgeschaft. Dit heeft een veel grotere impact in Nederland.
Dit zou betekenen dat de tarieven voor kleinverbruikers omlaag gaan, waarmee de prikkel voor deze partijen om te investeren in verduurzaming kleiner wordt, ofwel dat de tarieven voor grootverbruikers omhoog gaan, wat invloed heeft op het Nederlands investingsklimaat voor energie-intensieve bedrijven.
Ook komt er een rangordening voor energiebelastingstarieven, waarbij voor fossiele energiedragers een hoger tarief moet gelden dan voor meer duurzame energiedragers. Op dit moment is bij de huidige tarieven de som van de energiebelasting en ODE op elektriciteit in euro per gigajoule meer dan twee keer zo hoog als voor aardgas, terwijl de voorgestelde ETD-wijziging aangeeft dat voor elektriciteit altijd het laagste tarief moet gelden.
Doelen ETD
- Aansluitende emissiereductie stimulering door belasting van minder duurzame energieproductie of elektriciteit.
- De ETD biedt de mogelijkheid om zaken te regelen die niet voldoende worden gedekt door huidige nationale wetgeving, zoals de behandeling van (groene) waterstof en het (vermijden van) dubbele belasting van elektriciteitsopslag.
Status en planning
- In juni 2021 is een voorstel door de Europese Commissie gedaan voor herziening van de ETD.
- De Energy Taxation Directive zal in 2025 worden herzien.
Doelgroepen

Alle gebruikers van minder duurzame energieproductie of elektriciteit
Energieleveranciers